De eerste transferzomer van Dévy Rigaux als technisch directeur van Feyenoord zit erop. De Belg moest direct meerdere grote dossiers afhandelen en zag de selectie behoorlijk veranderen. Er kwamen verschillende nieuwe spelers naar De Kuip, terwijl ook voor tientallen miljoenen euro's werd verkocht. De meningen over het werk van Rigaux lopen ondertussen behoorlijk uiteen. Welk rapportcijfer geef jij zijn eerste transferperiode in Rotterdam?
Rigaux begon op 1 juni officieel aan zijn werkzaamheden bij Feyenoord en kreeg daardoor direct een drukke zomer voor zijn kiezen. Charles Vanhoutte werd zijn eerste aankoop en later volgden onder anderen Nacho Ferri, Tjark Ernst en Mika Mármol. Javi López kwam op huurbasis over van Real Sociedad, terwijl Florian Kastenmeier vlak voor Deadline Day transfervrij werd vastgelegd. Op de slotdag werkte Feyenoord daarnaast aan de terugkeer van Reiss Nelson.
Aan de andere kant vertrok een groot aantal spelers. Leo Sauer en Ayase Ueda leverden met hun transfers naar VfB Stuttgart en LOSC Lille de grootste bedragen op. Ook Anel Ahmedhodžić, In-beom Hwang, Casper Tengstedt, Ramiz Zerrouki, Jeyland Mitchell en Timon Wellenreuther werden verkocht. Daarnaast wist Feyenoord afscheid te nemen van spelers die minder perspectief hadden, waaronder Luka Ivanušec en Neraysho Kasanwirjo.
Een belangrijk onderdeel van het nieuwe beleid was dat Feyenoord niet vroeg in de zomer wilde meewerken aan de verkoop van bepalende spelers. Hiermee kozen algemeen directeur Robert Eenhoorn en Rigaux bewust voor een andere strategie dan onder Dennis te Kloese. Zo wilde Feyenoord alleen bij zeer hoge bedragen praten over onder meer Givairo Read en Gjivai Zechiël. Op langere termijn moet die koers ervoor zorgen dat de club niet iedere zomer afhankelijk is van één grote uitgaande transfer.
Dat beleid had deze zomer echter ook een keerzijde. Doordat een grote verkoop lang uitbleef en Feyenoord eerder al investeerde in versterkingen, ontstond richting het einde van de transferperiode weinig financiële bewegingsruimte. Uiteindelijk werd Ueda voor ongeveer vijftien miljoen euro verkocht aan Lille, terwijl de Rotterdammers daarna vooral waren aangewezen op transfervrije spelers, huurconstructies en andere buitenkansjes.
Verdeelde reacties in de media
Valentijn Driessen was deze week bijzonder kritisch over de eerste transferzomer van Rigaux. De journalist van De Telegraaf noemde de verkoop van Ueda voor vijftien miljoen euro veel te laag en sprak zelfs van een 'dramatische eerste transferzomer'. Zijn conclusie was duidelijk: ''Eenhoorn en Rigaux hebben op het gebied van transfermanagement gefaald.''
Pieter Zwart keek bij Voetbal International met meer nuance naar de situatie. Volgens hem kreeg Rigaux ook te maken met de gevolgen van keuzes die voor zijn komst zijn gemaakt. Onder Te Kloese werden verschillende spelers van midden twintig aangetrokken die direct moesten presteren, maar waarbij minder ruimte zat voor een forse stijging van de transferwaarde. Door de bijbehorende salarissen en beperkte verkoopmogelijkheden was Rigaux deze zomer volgens Zwart behoorlijk gebonden. ''Dat maakt het een hele complexe window voor Feyenoord'', concludeerde hij.
Daar tegenover staat dat Rigaux verschillende belangrijke spelers binnenboord wist te houden en de selectie op meerdere posities heeft doorgeselecteerd. De echte beoordeling van aankopen als Ferri, Vanhoutte, Ernst en Mármol zal bovendien pas gedurende het seizoen mogelijk zijn. Tegelijkertijd zal duidelijk moeten worden of Feyenoord sportief voldoende kwaliteit heeft behouden na het vertrek van onder anderen Ueda, Sauer, Hwang en Ahmedhodžić.
Plaats reactie
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties