Europese voetbalbonden willen dat de nieuwe interlandperiode van drie weken wordt afgeschaft. De langere onderbreking van de nationale competities zorgt voor grote zorgen over de fysieke belasting van spelers, blessures en financiële gevolgen. Volgens The Guardian pleit een ruime meerderheid van de bonden voor een terugkeer naar de oude opzet.
Tijdens een bijeenkomst in Berlijn werd donderdag uitgebreid gesproken over de nieuwe internationale kalender. De kritiek bleek vrijwel unaniem. De interlandperiodes van september en oktober zijn dit seizoen samengevoegd, waardoor landen binnen ongeveer elf dagen vier wedstrijden in de Nations League moesten afwerken. Een voorzitter van een nationale voetbalbond omschreef de nieuwe situatie als ''een ramp''.
De kalenderwijziging werd in 2023 goedgekeurd door de FIFA en moest juist zorgen voor minder reisbewegingen en een betere belasting van spelers. In de praktijk zijn er echter veel klachten over het intensieve programma. Onder anderen Kylian Mbappé, Cody Gakpo, Alexander Isak en Tsuyoshi Watanabe liepen tijdens de recente interlandperiode fysieke problemen op.
Vooral kleinere voetbalbonden maken zich zorgen, omdat zij minder spelers beschikbaar hebben om te rouleren. Daarnaast vrezen verschillende landen dat grotere voetballanden sportief voordeel krijgen. Dat kan gevolgen hebben voor de plaatsing richting het EK van 2028, waarbij prestaties in de Nations League een rol spelen.
De meeste Europese bonden willen terug naar het eerdere systeem met vijf interlandperiodes van twee weken. UEFA wordt gevraagd zich hiervoor in te zetten. Niet alle betrokkenen zijn tegen de langere onderbreking: sommige bonden zien voordelen doordat bondscoaches meer tijd krijgen om met hun spelers te werken.
Plaats reactie
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties