Feyenoord staat op het punt om de komst van Tjark Ernst af te ronden. De 23-jarige doelman komt voor ruim vijf miljoen euro over van Hertha BSC en moet in Rotterdam de eerste doelman gaan worden.
Maar wat haalt Feyenoord precies in huis? De beschikbare data laat vooral een doelman zien die afgelopen seizoen aanzienlijk beter presteerde bij het tegenhouden van schoten dan Wellenreuther. Ernst voorkwam meer doelpunten, noteerde een hoger reddingspercentage en maakte minder kostbare fouten. Aan de bal is het beeld genuanceerder. De Duitser speelt zorgvuldig, maar is nog niet de uitgesproken meevoetballende keeper die voortdurend als extra verdediger aan de opbouw deelneemt.
De duidelijkste verschillen worden zichtbaar wanneer de prestaties van Ernst en Wellenreuther worden afgezet tegen de doelmannen uit de Eredivisie en de 2. Bundesliga. In de visualisatie staat op de horizontale as het aantal voorkomen doelpunten per negentig minuten. De verticale as toont het reddingspercentage.
Ernst bevindt zich in het kwadrant waarin een keeper zowel een positief aantal doelpunten voorkomt als een bovengemiddeld reddingspercentage noteert. Wellenreuther staat juist linksonder. Dat betekent dat hij afgelopen seizoen relatief weinig schoten stopte en op basis van de kwaliteit van de pogingen bovendien meer tegendoelpunten incasseerde dan verwacht.
Ernst kwam in de 2. Bundesliga uit op ongeveer 0,13 voorkomen doelpunten per negentig minuten. Zijn reddingspercentage bedroeg 70,5 procent. Daarmee behoort hij voor beide onderdelen tot het 74ste percentiel binnen de gebruikte dataset. Hij presteerde dus beter dan ongeveer driekwart van de onderzochte doelmannen.
Wellenreuther bleef daar ver bij achter. De Feyenoord-doelman eindigde met een negatief aantal voorkomen doelpunten per negentig minuten en een reddingspercentage van ongeveer 66 procent. In de grafiek staat hij tussen de minst presterende doelmannen uit beide competities.
Die uitkomst ondersteunt het beeld van het afgelopen seizoen. Wellenreuther kende sterke wedstrijden en bleef belangrijk met zijn ervaring en coaching, maar zijn pure rendement op schoten was onvoldoende. Ernst heeft juist een seizoen achter de rug waarin hij Hertha regelmatig overeind hield. De openbare seizoenscijfers geven hem 99 reddingen, elf clean sheets en een duidelijk positieve score bij voorkomen doelpunten. Wellenreuther kwam tot 89 reddingen, negen clean sheets en een vrijwel neutrale score op dat laatste onderdeel.
Contrast wordt nog duidelijker in directe vergelijking
Wanneer alleen Ernst en Wellenreuther in de grafiek blijven staan, wordt de afstand tussen beide keepers nadrukkelijk zichtbaar. Ernst staat niet alleen verder naar rechts, maar ook hoger. Hij voorkwam meer doelpunten én hield procentueel meer schoten tegen.
Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de verschillende omstandigheden. Ernst speelde bij Hertha BSC, een ploeg die in de 2. Bundesliga meer schoten en kansen weggaf dan Feyenoord doorgaans in de Eredivisie. Een keeper die vaker wordt getest, kan meer doelpunten voorkomen, maar krijgt ook meer mogelijkheden om zichzelf statistisch te onderscheiden.
Juist daarom is het reddingspercentage relevant. Ook wanneer het grotere aantal schoten tegen wordt meegenomen, hield Ernst een groter aandeel van de pogingen uit zijn doel. Hij kreeg gemiddeld 4,04 schoten op doel per negentig minuten te verwerken, tegenover een aanzienlijk lager aantal voor Wellenreuther.
De cijfers zeggen daarmee niet automatisch dat Ernst onder alle omstandigheden de betere doelman is. Ze zeggen wel dat hij afgelopen seizoen aantoonbaar beter omging met de schoten die hij tegen kreeg.
Geen spectaculaire opbouwkeeper
Het profiel van Ernst wordt interessanter wanneer ook zijn passing wordt meegenomen. Het algemene beeld is dat hij betrouwbaar is in de korte opbouw, maar nog geen keeper die het spel voortdurend versnelt of met lange passes linies overslaat.
Ernst verstuurde volgens de beschikbare dataset gemiddeld 25,66 passes per negentig minuten. Daarmee eindigde hij in het 26ste percentiel. Zijn gemiddelde passlengte behoort zelfs slechts tot het elfde percentiel. Dat wijst op een relatief voorzichtige manier van opbouwen: veel korte oplossingen richting centrale verdedigers en minder directe ballen richting het middenveld of de aanval.
Bij korte en middellange passes kwam Ernst tot een nauwkeurigheid van 97,7 procent. Hoewel dat percentage hoog klinkt, eindigt hij daarmee binnen de vergelijking slechts rond het 21ste percentiel. Keepers spelen veel korte passes zonder grote druk, waardoor de onderlinge verschillen klein zijn.
Bij progressieve passes scoort hij beter. Daarvan kwam 69,2 procent aan, goed voor het vijftigste percentiel. Zijn nauwkeurigheid bij langere passes bedraagt volgens de visualisatie 65,5 procent, terwijl 27,9 procent van zijn totale passes als lange bal wordt aangemerkt.
Ernst is dus niet slecht aan de bal. Integendeel: hij maakt doorgaans veilige en verantwoorde keuzes. De data levert alleen nog geen bewijs dat Feyenoord een doelman haalt die de opbouw volledig naar zijn hand kan zetten.
Dat verschil is belangrijk bij een ploeg die dominant wil spelen. Feyenoord gebruikt de keeper niet uitsluitend om schoten te stoppen. De doelman moet aanspeelbaar blijven, tegenstanders lokken en onder druk de vrije verdediger of middenvelder vinden. Ernst zal op dat vlak waarschijnlijk meer aanpassings- en ontwikkeltijd nodig hebben dan bij zijn werkzaamheden op de doellijn.
Wellenreuther actiever buiten zijn doel
Het radardiagram onderstreept dat de twee Duitsers verschillende keepersprofielen hebben. Ernst is beter op de belangrijkste shotstopping-onderdelen. Hij heeft een hoger reddingspercentage en een veel betere score bij voorkomen doelpunten. Wellenreuther komt op zijn beurt vaker buiten zijn doel om aanvallen te onderbreken.
Ernst eindigt bij ‘exits per 90’ slechts in het elfde percentiel. Hij blijft relatief vaak in of dicht bij zijn strafschopgebied en kiest niet snel voor een riskante ingreep ver voor zijn doellijn. Wellenreuther scoort op dat onderdeel duidelijk hoger.
Dat past bij het bekende spel van Wellenreuther. Hij is gewend om achter een hoge laatste lijn te keepen en verdedigt regelmatig de ruimte achter de centrale verdedigers. Zijn uitgangspositie is vaak agressiever en hij wacht niet altijd tot een aanvaller het strafschopgebied bereikt.
Ernst oogt behoudender. Hij vertrouwt meer op zijn lengte, positionering en reflexen. Met zijn 1,93 meter beschikt hij bovendien over vijf centimeter meer lengte dan Wellenreuther. Dat helpt bij hoge ballen en bij schoten waarbij hij zijn doel zo groot mogelijk moet maken.
Voor Feyenoord brengt dat een tactische afweging met zich mee. De Rotterdammers leveren mogelijk iets in op het agressief verdedigen van de ruimte achter de defensie, maar krijgen daarvoor een doelman terug die op de lijn meer zekerheid heeft geboden.
Aandachtspunten bij de overstap
Hoewel de cijfers positief zijn, zijn er ook vraagtekens. De overstap van Hertha naar Feyenoord verandert de aard van het keeperswerk. In Berlijn moest Ernst vooral reageren. Bij Feyenoord zal hij vaker langere periodes weinig te doen krijgen, om vervolgens op één beslissend moment scherp te moeten zijn.
Daarnaast komt hij verder van zijn doel te spelen. De laatste lijn van Feyenoord staat doorgaans hoger dan die van Hertha. Ernst zal sneller moeten beslissen of hij zijn doel verlaat en moet leren om grotere ruimtes achter de verdediging af te dekken. Zijn lage score bij exits laat zien dat dit nog niet het sterkste onderdeel van zijn spel is.
Ook de opbouw wordt veeleisender. Een veilige pass naar een centrale verdediger is bij Feyenoord niet altijd voldoende. Tegenstanders zetten de Rotterdammers regelmatig hoog vast, waardoor de keeper onder druk een oplossing door of over de eerste druklijn moet vinden.
De passingdata wijst niet op een structurele zwakte, maar evenmin op een uitzonderlijke kwaliteit. Ernst zal op dat onderdeel stappen moeten zetten om volledig te passen bij het dominante voetbal dat Feyenoord wil spelen.
Feyenoord kiest niet alleen voor de beste keeper van dit moment, maar vooral voor een doelman die op 23-jarige leeftijd al een hoog basisniveau combineert met ontwikkelingspotentieel. Wanneer Ernst zijn lijnkwaliteiten weet te koppelen aan een actievere rol buiten het strafschopgebied, kan hij in Rotterdam uitgroeien tot een complete en waardevolle eerste doelman.
Plaats reactie
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties