Ron Vlaar vecht voor Zuid-Afrika
Na twee jaar blessureleed is Ron Vlaar (24) terug. En hoe. Aan de hand van vier foto’s blikt de verdediger van Feyenoord terug op zijn ontwikkeling. Als er één voetballer kans maakt om vanuit het niets een plek af te dwingen in het Nederlands elftal dat in Zuid-Afrika op weg gaat naar de wereltitel, dan is het Ron Vlaar wel. Hij zou de nieuwe Jaap Stam zijn, beter dan André Ooijer en een van de lichtpuntjes in de langzame herrijzenis van topclub Feyenoord. En dat is knap, na al het blessureleed dat op zijn pad kwam.
1 Europese frustratie
Pas twintig is Vlaar als hij zijn debuut in Europa maakt. Sporting Lissabon is in de halve finale van het UEFA Cuptoernooi de tegenstander. AZ verliest en plaatst zich uiteindelijk niet voor de eindstrijd. Vlaar: ‘Het was niet nodig geweest om in Portugal te verliezen, daar baal ik nog steeds wel eens van. Op dat moment weet je niet hoe de voetbalwereld in elkaar steekt. Ik kwam bij de selectie en uit het niets moest ik er staan. Het ging om geld, om de finale van de UEFA Cup. Maar daar was ik niet mee bezig.’
Finale of niet, iedereen kent vanaf dat moment de naam van de jonge verdediger. Hij houdt zich staande, speelt zelfs zo goed dat Marco van Basten hem oproept voor de interland tegen Roemenië. ‘Hoe ik op dat moment over mijn carrière dacht? Geen idee. Het ging allemaal zo snel, over dat soort zaken dacht ik niet na. Ik probeerde te genieten. Maar daar had ik eigenlijk helemaal geen tijd voor.’
2 plaaggeest Toni
Vlaar slaat zijn armen over elkaar, buigt even voorover en neemt het schouwspel in de Amsterdam Arena even in zich op. ‘Mijn tweede interland. We speelden tegen Italië en ik stond in de basis. En iedereen weet hoe dat afgelopen is...’
Nog geen zeven maanden na zijn debuut in de eredivisie is de man uit Hensbroek verantwoordelijk voor de dekking van de aanvaller uit Pavullo nel Frignano. Genieten is er even niet bij. Hij heeft geen grip op topspits Luca Toni. De aanvaller van Fiorentina scoort en tot overmaat van ramp schiet Vlaar de bal ook nog eens achter zijn eigen doelman. Het is – voorlopig althans – zijn laatste interland.
Vlaar: ‘Mensen koppelen mij nog steeds aan dat moment. Iedereen weet nog hoe ik in dat duel met Toni word afgetroefd. Last heb ik daar nooit van gehad. Het was niet goed, dat weet ik ook wel. Ik was er niet klaar voor op dat moment, zo simpel is het. Het is een mooi leermoment. Al is dit natuurlijk niet het podium waarop je kunt leren. Maar daar kon ik ook niets aan doen.’
3 vervloekte knie
Omdat hij in Alkmaar te weinig aan spelen toekomt, stapt Vlaar over naar Feyenoord. Maar op bezoek in Kerkrade gaat het mis. ‘Dit is de foto van mijn eerste kruisbandblessure, de inleiding van een langdurig verhaal. Een rotperiode, een domper. Overigens kan het best gebeuren dat je als voetballer je kruisbanden scheurt, dat komt vaker voor. Maar twee keer in een jaar...’
Want na een seizoen revalideren loopt hij tijdens een onschuldig duel met teamgenoot Kevin Hofland nóg een kruisbandblessure op. Vlaar: ‘Die tweede keer was het drama groter. Ik had veel meer vraagtekens boven mijn hoofd hangen. Maar ik heb van het nadeel een voordeel gemaakt, heb in mezelf geïnvesteerd. Fysiek en ook mentaal ben ik ook veel sterker geworden. Ik zag het licht aan het einde van de tunnel steeds groter worden.’
4 imposante terugkeer
‘Is dit de oefenwedstrijd tegen Sampdoria of het competitieduel met NEC? Dat laatste? Aha, mijn officiële rentree na 22 maanden blessureleed. Een mooi moment. Maar man, wat was ik gesloopt na afloop. Dat had te maken met de spanning – ik had al zo’n lange tijd niet meer op het veld gestaan. Voor aanvang van dit seizoen dacht ik nog dat elke minuut mooi meegenomen zou zijn. Wat dat betreft is het heel bizar dat ik tot nu toe alles heb gespeeld.’
Vlaar maakt dit seizoen een ijzersterke indruk. Alsof hij nooit is weggeweest, geeft hij leiding aan de defensie van de Rotterdammers. Hij heerst door de lucht en met zijn imposante stappen is hij over de grond bijna niet te passeren. ‘Ik heb veel vertrouwen, voel me sterk en zit lekker in mijn vel. En dan kan ik een hoop.’
Hij bladert door de stapel afbeeldingen, legt de oudste foto naast de meest recente. ‘Kijk maar naar het verschil, ik ben fysiek veel sterker geworden. Vorige week zag ik mezelf op tv in een oude versie van Ajax-Feyenoord. Als ik mezelf dan vergelijk met nu, denk ik: ik ben echt wel een vent geworden. Als je geblesseerd bent, kun je in dat soort dingen investeren. Ik straal op dit moment veel uit, ben een completere voetballer geworden.’
En hoe zit het met zijn kapsel? Had Vlaar voor zijn knieblessures nog veel weg van stripfiguur Kuifje, nu heeft hij met zijn stoppelbaard en geschoren haar de uitstraling van een Europese topverdediger. ‘Maar daar heeft mijn kapsel niets mee te maken. Tijdens mijn revalidatie in Zeist trainde én douchte ik heel veel op een dag. Ik had geen zin om steeds iets in mijn haar te doen. Het zag er niet uit, maar daar had ik lak aan. Toch heb ik het een keer zo kort gedaan en dat beviel eigenlijk prima.’
Niet alleen zijn uiterlijk is veranderd, ook mentaal heeft hij zich ontwikkeld. ‘Ik ben harder, egoïstischer. Er is maar een ding belangrijk en dat is mijn eigen fitheid. Of de voetbalwereld egoïstisch is? Uiteindelijk wel. Je bent met z’n allen een team van achttien spelers, maar uiteindelijk moet je toch knokken voor je eigen plekje. En dat is iets wat ik tijdens die wedstrijd tegen Sporting Lissabon nog niet besefte.’ ‘Mensen koppelen mij nog steeds?aan die wedstrijd tegen Luca Toni.’
|
Quote

